|
De bijnamen: Tragische Molen...
Begin 20ste eeuw krijgt de windmolen een lugubere bijnaam door
een reeks van inderdaad tragische gebeurtenissen. Op nieuwjaarsdag
1745, tegen de achtergrond van de Oostenrijkse Successieoorlog,
overvallen latere leden van de bende van Jan De Lichte het molenhuis.
Molenaar Peeter van Lierde wordt vermoord. Door de connectie met
de legendarische figuur van Jan De Lichte blijft de roofmoord generaties
lang herinnerd.
In het oorlogsjaar op 22 april 1917 worden bij een tweede roofmord
molenaarszus Leonia Walravens op 60 jarige leeftijd en molenaarsknecht
brutaal vermoord, terwijl men geknevelde molenaar Theofiel Walravens,
achterliet. Sindsdien spreekt men in de volksmond van "Tragische
Molen"; een benaming die vaak in de literatuur en moleninventarissen
terug te vinden is. Ten teken van rouw waren de stormplanken aan
de molenwieken zwart geschilderd.
22 April 1917...een late zondagmiddag.
Zes ongehuwde personen bewonen het molenhuis: Clementine, Leonie,Theofiel
en Emiel Walravens, de jonge neef Jozef Wastiels en knecht Emiel
Vervenne.
Twee onder hen zijn gaan 'ontsteken', Jozef Wastiels op het Negenbunder
en Emiel Walravens in Borchtlombeek. De overige 4 bleven thuis.
De vrouwen zijn aan de wafelbak. Theofiel Walravens, molenaar, zit
achterovergeleund op z'n stoel onder de Vlaamse schouw .
Het wordt valavond, zeven uur. Vier, vijf ongekende kerels komen
binnen en vragen naar meel. Dat kan niet en al vlug wordt hun eigenlijke
bedoeling duidelijk, ze zijn gekomen om een grote slag te slaan
en voor niks terug te deinzen.
Op ‘t ogenblik dat Theofiel wil rechtstaan, slaan ze toe...
Knecht Emiel Vervenne en molenaarszus Leonie Walravens worden brutaal
de keel overgesneden.
Een nog jonge overvaller op Theofiel toespringend, fluistert hem
toe zich voor dood te houden, zoniet ondergaat hij hetzelfde lot.
Hij wordt vastgebonden aan een tafelpoot. De oudste zus Clementine
wordt gedwongen voor te gaan naar de kelder, waar vlees en spek
ligt, en verder van kamer tot kamer, om geld en kostbaarheden aan
te wijzen.
Op een bepaald moment ziet ze de kans een slaapkamer binnen te
springen, de deur toe te slaan, op slot te doen en te barrikaderen.
Aan ‘t venster schreeuwt ze om hulp, om dan met panische angst
onder bed te kruipen.
De daders zijn op de loop gegaan, maar ‘tduurt nog een hele
tijd, vooraleer de twee overlevenden naar elkaar toedurven.
Buren worden op de hoogte gebracht en een kwartier later kent het
ganse dorp de vreselijke geschiedenis. Tientallen mensen lopen naar
het molenhuis. Ze zien er alleen 2 lijken, veel bloed, en 2 doorschokte
mensen.
Zo vertelt men in Lombeek de tweede moordhistorie. Lang zullen
de daders niet op vrije voeten lopen.
Dankzij speurzin van Kommandant van gendarmerie Liedekerke en Jozef
Appelmans, schepen te Lombeek, worden ze na enkelen dagen ingerekend.
Vier kregen levenslang, twee anderen 20 jaar. Naar men zegt was
deze mildere straf voor de man die buiten op wacht had gestaan en
voor hem die Theofiel spaarde. Onder alle ziekelijke nevenverschijnselen
waartoe een te lange oorlogsperiode in de streek aanleiding gaf,
was de roofmoord te Lombeek een schandelijk hoogtepunt.
Ze deed gruwelen door de driestheid en onmenselijkheid waarmee
ze was voltrokken. Niet alleen het dorp werd erdoor beroerd, de
hele omgeving was opgeschrikt.
En zoals het toen de mode was, droegen liedjeszangers het verhaal
uit van kerk tot kerk en verkochten hun vliegende blaadjes in de
kring van toehoorders.
Na zoveel jaren zijn er in Lombeek nog mensen die het moordlied
kennen, misschien niet helemaal vrij van onjuistheden, maar toch
geldend als typisch voorbeeld van toenmalige volkse vertel - en
rijmtrant.
|